Van boerenbrandweer tot industrieel korps

De indrukwekkende industrie in het havengebied leverde vooruitgang, inkomen en werk. Dit bracht ook nieuwe risico’s en leidde tot professionelere brandbestrijding en hoogwaardigere preventieve maatregelen. Met de Gezamenlijke Brandweer beschikken bedrijven en bewoners nu over een professioneel korps dat gespecialiseerde brand- en incidentenbestrijding levert. Er stroomde heel wat water door de Maas voor de specialismen zoals de Industriële Brandbestrijdings Pool (IBP), gaspakkenteams, hoogteredden en scheepsbrandbestrijding een feit waren. Tot de jaren zeventig waren bedrijven grotendeels zelfvoorzienend in brand- en incidentenbestrijding. De beperkt uitgeruste vrijwillige korpsen van Rozenburg en Rotterdam (tot de jaren zestig) en het beroepskorps van de Regionale Brandweer van het Eiland Rozenburg (vanaf de jaren zeventig) vulden hen aan. De zogenaamde 15-minutenregeling en de Brandweerwet van 1985 maakten betere samenwerking tussen brandweer en industrie mogelijk.

Brandbestrijding op het eiland Rozenburg tot en met de jaren zestig

Begin jaren zestig was de overheidsbrandweer mondjesmaat ingericht. Het dorp Rozenburg beschikte over een vrijwillig korps met een tankautospuit hoge druk en een autospuit lagedruk. De Rotterdamse brandweer beschikte voor hun gedeelte van het eiland over een vrijwillige bluseenheid met een Volkswagenbusje en een kleine motorspuit. Omdat Shell zich sinds de jaren dertig sterk in de Petroleumhaven had uitgebreid, richtte Rotterdam in 1958 ten zuiden van Pernis in Hoogvliet een beroepspost in.

Spanning over het operationeel gezag

Tussen de bedrijven en de brandweer van Rotterdam heerste spanning over het operationeel gezag bij incidenten op de bedrijfsterreinen. Bedrijven waren in principe de baas op het eigen terrein, maar hoe ver reikte die autonomie? Wie ging over bedrijfsincidenten met veiligheidsrisico’s voor andere bedrijven of het bewoonde gebied? In de jaren vijftig en zestig zijn om die reden aan de poort van diverse bedrijven meningsverschillen tussen brandweerpersoneel en bedrijfsportiers geweest.

Regionale Brandweer op Eiland Rozenburg

De industrialisering nam in de jaren zestig alleen maar toe, net als het vervoer van gevaarlijke stoffen in het Botlek- en Europoortgebied. Slagkracht en optreden moesten worden versterkt. De exploitatiekosten voor een nieuwe beroepspost in het Europoort-Botlekgebied kon de gemeente Rozenburg onmogelijk opbrengen. De gemeente Rotterdam had belang bij het gebied, maar mocht wettelijk geen post op het grondgebied van een andere gemeente vestigen. In 1969 bood een Gemeenschappelijke Regeling tussen de twee gemeenten uitkomst. Met de oprichting van de Intergemeentelijke Brandweer voor het Eiland Rozenburg (IBER) berustte de verantwoordelijkheid voor incidentbestrijding bij de gemeentelijke overheid.

Grote raffinaderijbrand leidt tot instelling van de ’15 minuten regeling’

Op zaterdag 20 januari 1968 ontstond om 04.23 uur brand in een plant van Shell. Een paar uur later brak de hel los en ontstond er grote brand, die in de hele regio zichtbaar was. De hoofdinspecteur van de Brandweer was in de buurt en besloot een kijkje te nemen. Hij werd net als de gemeentelijke brandweer aan de poort geweigerd. Het conflict liep hoog op met de instelling van de zogenaamde 15-minutenregeling tot gevolg. De discussie over de operationele gezagsverhoudingen moest worden beslecht. De autonomie op de bedrijfsterreinen bij een toenemende complexiteit van de industrie leidde tot te veel risico’s en vergde een andere benadering. Bedrijven werden verplicht van iedere brand melding te maken. Binnen een kwartier moest een brand ‘meester’ zijn. Zo niet, dan rukte de Regionale Brandweer uit.

Jaren zeventig:
Een eerste formele basis voor samenwerking

Veel bedrijven hadden een gereserveerde houding ten opzichte van de overheidsbrandweer. Volgens de meeste had de brandweer op hun terreinen niets te zoeken, tenzij er om assistentie was gevraagd. De 15 minuten regeling werd de eerste formele basis voor samenwerking. In 1972 werd de brandweerpost Rozenburg met 40 beroepskrachten en 20 vrijwilligers geopend. Het materieel werd weliswaar gemoderniseerd en uitgebreid, maar de beroepspost kon nog moeilijk concurreren met de brandweerkorpsen van de grote raffinaderijen. Hun uitrusting, paraatheid, opleiding en geoefendheid stonden op een bijzonder hoog peil.

Jaren tachtig:
Brandweerwet zet de poorten op een kier

De Brandweerwet van 1985 maakte een vervolgstap mogelijk. Het gezag werd geformaliseerd. Burgemeester en wethouders van iedere gemeente waren vanaf dat moment verantwoordelijk voor het beheer en de taak van de gemeentelijke brandweer. Zij droegen daarmee op alle terreinen binnen de gemeentegrenzen zorg voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en alles wat daarmee verband houdt, aangevuld met het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand

Jaren negentig:
Reorganisatie Brandweer Rotterdam biedt nieuwe mogelijkheden

De Rotterdamse brandweer voerde halverwege de jaren negentig een ambitieus reorganisatieplan door. Zij verdeelde haar organisatie in vier districten. Het Europoort-Botlek gebied viel vanaf die tijd binnen het nieuwe district Haven. Na oprichting van de Gezamenlijke Brandweer werden repressieve en preparatieve brandweertaken uitbesteed aan het publiek-private initiatief en bleef de uitvoering van de preventieve brandweertaken in overheidshanden bij district Haven. Meer lezen over de beginjaren van de Gezamenlijke Brandweer? Lees dan het jubileumboek Van veelvoud naar eenvoud 1998 - 2008 dat in het kader van het tienjarig bestaan van de Gezamenlijke Brandweer is geschreven.

Het boek is nog steeds verkrijgbaar. Bel of mail het secretariaat voor een exemplaar.


De ravage na een grote raffinaderijbrand in 1968 is groot. Bedrijfsbrandweer (wit) en overheidsbrandweer (zwart) werken gezamenlijk aan de bestrijding van het incident. Op de voorgrond is de brand redelijk onder controle. Op de achtergrond bouwt de bedrijfsbrandweer de aanvalsstralen op.



In de nacht van 2 op 3 maart 1953 pompte een schip olie naar de tanks van een grote raffinaderij. Een medewerker van het laboratorium zag bij het nemen van een monster een fel licht onder in tank 4. Hij maakte zich als de bliksem uit de voeten. Hij sprong meer dan dat hij klom. Op het moment dat hij de grond bereikte, vloog het dak van de tank door een explosie in de lucht. Er volgde een enorme tankbrand, waarbij tanks 3 en 4 volledig uitbrandden.

Het blussen was door gebrek aan kennis, materieel en blusmiddelen erg moeilijk. Bovendien was tijdens het blussen tussen de bedrijfsbrandweer en de gemeentebrandweer eerder sprake van concurrentie dan samenwerking. De weg was afgesloten, zodat het havengebied voor de brandweer bijna onbereikbaar was geworden. Als de brandweer er al voorbij kwam en zich op het Shell-terrein achter de tankput begaf, werden ze door portiers verwijderd.



Eerste Districtscommandant Pieter Runsink ontvangt bij de opening van het District Haven een schilderij van Commandant Don Berghuijs.