Skip to main content

Geschiedenis

​​​​Een prestatie van formaat

Begin jaren negentig startten tussen een aantal bedrijven, de brandweer van Rotterdam en het Havenbedrijf gesprekken over de afstemming van personeel en materieel van de verschillende brandbestrijdingsorganisaties.

Dat deze er in 1998 uiteindelijk kwam, is een prestatie van formaat. Na zes jaar overleg en onderzoek werd een goede balans gevonden tussen de uitvoering van specifieke professionele brandbestrijdingstaken, een bedrijfsmatige benaderingswijze met daarnaast de mogelijkheid tot het afleggen van openbare verantwoording volgens de wet. Deze balans kennen we inmiddels al haast 20 jaar onder de naam Gezamenlijke Brandweer.

Rijnmond doet iets unieks!

De periode tussen 1993 en 1994 werd gevuld met denkwerk, discussies, berekeningen, inschattingen en aannames voor een voorstudie en een haalbaarheidsstudie. De conclusies waren steeds positief: een gezamenlijke brandweer is haalbaar.

Iedereen besefte dat dit niet zomaar wat was. Het ging hier om echte bestuurlijke vernieuwing, geen één-tweetjes tussen bedrijven onderling. In Rijnmond ging iets gebeuren dat in de rest van Nederland en de wereld nog nooit was vertoond!

De handen jeukten, maar de Gezamenlijke Brandweer was er nog niet. Het jaar 1995 werd benut voor de afweging van studieresultaten door de bedrijven en de gemeenten. Zou de nieuwe organisatie werkelijk een kwalitatief betere incidentbestrijding opleveren tegen lagere meerkosten? Geld bleef de doorslaggevende factor. Bedrijven die internationaal moeten concurreren worden nu eenmaal niet alleen afgerekend op kwaliteit. De brandweer werd gepresenteerd als een facilitaire dienst die geleverd kon worden door een specialist. Een zorg minder, meer zekerheid, hogere veiligheid, lagere kosten voor de bedrijven èn imagoverbetering van het gebied.

 

Overtuigd en overtuigend

Niet iedereen was op voorhand overtuigd van het voordeel van zo'n gezamenlijke brandweer. "Wie garandeert dat onze bijdrage niet aan straatverlichting wordt besteed?" werd vaak gevraagd. De beroepstrots van de eigen bedrijfsbrandweer bleek een onderschat onderdeel van de weerstand.

 

Raffinaderijvariant gaf de doorslag

Deelname door de raffinaderijen was doorslaggevend voor de slagingskansen van de nieuwe brandweerorganisatie. Volledige overdracht van de brandweerorganisatie zat er niet in. Dat zou ook te veel financiële en logistieke problemen opleveren. De zogenaamde 'raffinaderijvariant' bood alle partijen uitkomst. De raffinaderijen hielden de helft van de brandweerorganisatie in stand. De andere helft van de aanwijzing droegen ze over aan de Gezamenlijke Brandweer. Sommige medewerkers stapten over, waarmee kennis behouden bleef. Het compromis garandeerde een snelle inzet door de raffinaderijen en dag en nacht expertise en aanvullende sterkte door de Gezamenlijke Brandweer. Snelheid en kwaliteit gingen hand in hand met de raffinaderijvariant.

 

Groen licht voor het eerste bedrijfsplan

Eind 1995 gaven zowel de bedrijven als de gemeenten Rozenburg en Rotterdam een positieve reactie op het initiatief. Ieder was belanghebbend en betalend. Het eerste bedrijfsplan werd met grote betrokkenheid van de bedrijven opgesteld en in 1997 kon de opbouw van de Gezamenlijke Brandweer werkelijk van start. Binnenlandse Zaken werd overtuigd dat publiek-private samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling

mogelijk was door middel van één private partij. In de zomer van 1997 werd de CIBUA opgericht en op 6 november 1997 volgde het Koninklijk Besluit.


De eerste paal

​Op woensdag 27 augustus 1997 werd de eerste paal van de nieuwe kazerne Merseyweg op het terrein van ICI (nu Huntsman) geslagen. Het was een tastbaar moment in de opbouw van een nieuwe organisatie en de opmaat voor nog meer hectiek. Vier maanden later, op 2 januari 1998 om 8.00 uur, was de Gezamenlijke Brandweer operationeel.